Informatie
Doorgaan onderdeel.
Op het tijdstip van sluiting van de inschrijving:
Een onderdeel vindt slechts doorgang als minimaal 3 startgerechtigde atleten daarvoor officieel hebben ingeschreven. Bij minder dan 3 ingeschreven atleten kunnen de inschrijvingen van verschillende klassen worden samengevoegd. Als er dan nog steeds minder dan 3 ingeschreven atleten zijn, wordt het betreffende onderdeel geschrapt als onderdeel van het kampioenschap. Alle betrokkenen worden hiervan tijdig schriftelijk in kennis gesteld.
Op de wedstrijddag:
Een onderdeel vindt slechts doorgang wanneer zich bij het verstrijken van de meldingstijd en de start minimaal 3 atleten voor dit onderdeel hebben aangemeld en van start zijn gegaan. Indien er zich op een onderdeel geen 3 deelnemers hebben gemeld, kan de technisch gedelegeerde bepalen om klassen samen te voegen.
Aantal pogingen.
Als er bij het verspringen en de werponderdelen meer dan 8 deelnemers zijn, hebben zij allen recht op 3 pogingen. De acht deelnemers met de beste geldige prestatie hebben recht op nog 3 pogingen. Als er 8 of minder deelnemers zijn, hebben zij allen recht op 6 pogingen. De vierde en de vijfde poging worden afgewerkt in volgorde van de beste prestatie van de deelnemers uit de eerste 3 pogingen, gerangschikt van laag naar hoog. De volgorde in de laatste ronde wordt op de zelfde manier bepaald door de stand in de vijfde ronde.
Merktekens.
De deelnemers mogen uitsluitend gebruik maken van merktekens die door de organisatie beschikbaar worden gesteld.
Verlaten baan.
Tijdens de wedstrijd is het verboden de directe plaats van verwerking op het wedstrijdterrein te verlaten, behalve na toestemming van de scheidsrechter. Deelnemers aan de looponderdelen verlaten zo spoedig mogelijk na het finishen het wedstrijdterrein naar de locatie waar de kledingmandjes zijn neergezet. Deelnemers aan de technische onderdelen verlaten onder begeleiding van een jurylid het wedstrijdterrein.
Kleding lopers.
Trainingspakken e.d. zullen door een daarvoor aangewezen ploeg in mandjes van de start terug naar een locatie in de buurt van de finish worden gebracht, waar ze door de atleten zelf weer opgehaald kunnen worden.
Serie-indeling.
De series worden, onmiddellijk na het verstrijken van het eerste meldtijdstip ingedeeld door de technisch gedelegeerden. De gedelegeerden stellen ook de definitieve deelnemerslijsten van de technische onderdelen vast. Na verwerking van de indeling in het wedstrijdsecretariaat worden de series en deelnemerslijsten opgehangen op de publicatieborden. Indien op een looponderdeel waarop series gelopen worden zoveel afmeldingen zijn, dat het aantal series verminderd kan worden, dan zal dit ook gebeuren. Echter als series op verschillende dagen zijn gepland en series vervallen, dan vindt in ieder geval de finale op de dag van de series plaats.
Overgangsregels looponderdelen.
De 6 tijdsnelsten uit de series gaan naar de finale.
Aanvang- en vervolghoogten.
Wordt de aanvanghoogte lager dan de aanbevolen aanvangshoogte vastgesteld, dan dient de nieuwe aanvangshoogte bij het hoogspringen altijd 5 cm (of een veelvoud daarvan) lager te zijn dan de aanbevolen aanvangshoogte.
Nederlands record.
Indien een Nederlands record wordt verbeterd/geëvenaard, is de betreffende atleet zelf verantwoordelijk voor het (doen) verzorgen van de benodigde formaliteiten.
Recordformulieren zijn bij het meldbureau beschikbaar.

